Wat is ISO 55000 en waarom zouden facility managers er belang aan hechten? Dit artikel zal op deze vragen antwoorden geven. Maar laten we eerst dieper ingaan op de aanleiding voor de ontwikkeling van deze norm.

Een brutale wake-upcall

De internationale ISO 55000-norm voor assetmanagement is tot stand gekomen uit de Britse norm PAS 55 (Publicly Available Specification). Deze norm vindt zijn oorsprong in de deregulerings- en privatiseringsgolf van de jaren 80 en 90, toen de Britse overheid publieke monopolies verkocht en geprivatiseerde ondernemingen van een winstoogmerk voorzag.

Na de privatisering van de telecomsector, nutssectoren, het openbaar busvervoer en tal van andere sectoren in de jaren 80, werd British Rail in 1996 geprivatiseerd en geherstructureerd tot afzonderlijke maatschappijen. Railtrack kreeg de leiding over de infrastructuur. Door te focussen op kostenbesparingen op korte termijn, verwaarloosde Railtrack de investering in spoorvernieuwing en -onderhoud. Het werk werd aan diverse private bedrijven uitbesteed, met heel wat verschillende (en vaak gebrekkige) onderhoudsprogramma’s en een algeheel gebrek aan kwaliteitscontrole tot gevolg.

Dit leidde vervolgens tot een daling van de stiptheid van de dienstverlening en een crisissituatie voor de spoorwegveiligheid. Deze situatie bereikte in 2000 met het treinongeluk in Hatfield een dieptepunt. Dit zware ongeval legde chronische onderhoudsgebreken bloot. Een rechter omschreef het als “een van de slechtste voorbeelden van aanhoudende industriële verwaarlozing in een risicovolle sector”.

Treinongeval in Hatfield, oktober 2000: een wake-upcall die tot de ontwikkeling van PAS 55 leidde

Het ongeval was een brutale wake-upcall en vier jaar later (2004) werd de eerste versie van PAS 55 gepubliceerd. Hierin werden normen vastgelegd voor het beheer van assets over hun gehele levenscyclus, met aansluitend een model voor risicobeheer en technisch beheer. Het succes van deze standaard en de daaruit voortvloeiende internationale belangstelling gaven aanleiding tot de ontwikkeling van de ISO 55000-norm.

ISO 55000 voor life-cycle assetmanagement

ISO 55000 vormt een geheel van internationale normen voor het beheer van fysieke assets gedurende hun gehele levenscyclus en ondersteunt organisaties bij het behalen van hun doelstellingen op de meest effectieve en rendabele manier. De norm promoot goede managementmethoden voor eender welk type asset in ondernemingen van eender welk type en eender welke grootte.

Laten we even kijken naar enkele van de sleutelbegrippen die voor onderhoudsbeheerders van gebouwen het meest relevant zijn.

Scherp in het vizier

Het is voor asset- en onderhoudsmanagers van essentieel belang om de strategische doelstellingen van hun organisatie scherp in het vizier te houden en te garanderen dat KPI’s voor assetmanagement in lijn liggen met de strategie van het bedrijf. Dit betekent dat er geen universeel onderhoudsprogramma bestaat dat op elk type apparatuur is afgestemd. ISO 55000 moedigt assetmanagers aan om een holistische visie aan te nemen en na te gaan in welke mate een asset bijdraagt aan het behalen van de bedrijfsdoelstellingen, alvorens een onderhoudsconcept te bepalen. Indien gezondheid en veiligheid bijvoorbeeld essentieel zijn voor uw organisatie, dienen deze aspecten in de onderhouds-KPI’s te worden weerspiegeld en dient extra aandacht te worden geschonken aan de creatie van een veilige omgeving voor iedereen, met inbegrip van de technici die onderhoudstaken uitvoeren.

Total cost of ownership (TCO)

ISO 55000 stimuleert organisaties om kosten vanuit het standpunt van de levenscyclus te bekijken. Total Cost of Ownership is een analyse die rekening houdt met alle kosten die gepaard gaan met het bezitten en beheren van een asset. Het gaat hierbij om de aanschafkost, maar ook om de kost voor het installeren, in gebruik nemen, beheren, upgraden, onderhouden en tot slot het ontmantelen van de asset.

Kosten voor de levenscyclus van een gebouw – en de beweegredenen om onderhoud in een vroeg stadium in te zetten

Over een periode van 30 jaar gezien, zijn de initiële kosten voor een gebouw goed voor ongeveer 25% van de totale kost, terwijl de operationele kosten en onderhoudskosten goed zijn voor 75%.

De meeste kosten voor de levenscyclus van een gebouw worden echter bepaald door conceptuele beslissingen die in een beginstadium zijn gemaakt. Zo hebben bedrijven in de ontwerpfase doorgaans slechts 5% van het budget gespendeerd, maar 75% van de totale kost voor de levenscyclus is al vastgelegd. Aangezien wijzigingen in elk stadium duurder worden, is het belangrijk om standaarden voor assetmanagement toe te passen en onderhoudsspecialisten vroegtijdig te betrekken.

Risicobeheer ter bescherming van de assets van een onderneming (en zelfs haar reputatie)

Elk besluit omtrent een asset dient te berusten op een risicobeoordeling. Een risicomatrix is een nuttig hulpmiddel voor de beoordeling van risico’s op basis van de gevolgen van incidenten en de waarschijnlijkheid dat die zich voordoen. Een risicomatrix helpt te bepalen welk onderhoudsconcept en welke onderhoudsfrequentie het meest geschikt zijn.

Voorbeeld van een risicomatrix: risiconiveau als het product van de kans op schade en de ernst van de schade

Continue verbetering

Een ander belangrijk uitgangspunt van ISO 50000 is assetmanagement te beschouwen als een continu initiatief waarvoor constante analyse en bijsturen vereist zijn. De PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) visualiseert dit proces:

  • Plan (plannen): Identificeer een mogelijkheid en ontwerp een plan voor verandering
  • Do (doen): Implementeer de verandering op kleine schaal
  • Check (controleren): Gebruik gegevens om de resultaten van de verandering te analyseren en ga na of de verandering een verschil heeft opgeleverd
  • Act (actualiseren): Indien de verandering een succes bleek, pas de verandering op grotere schaal toe en evalueer de resultaten doorlopend. Indien de verandering niets opleverde, start de cyclus opnieuw op

Tot slot

Uitgaan van ISO 55000 kan een aanzienlijk verschil opleveren in de manier waarop organisaties aan hun gebouwen aandacht schenken. De standaard helpt de dagdagelijkse bedrijfsvoering te overstijgen en de langetermijneffecten te evalueren. De standaard wordt in nutsbedrijven, de publieke sector en DBFM-projecten al algemeen gebruikt. Maar iedereen die verantwoordelijk is voor de betrouwbaarheid en naleving heeft duidelijk baat bij de methoden die door de ISO 55000-norm worden beschreven.

Heeft u vragen over ISO 55000, over hoe deze norm waarde voor uw organisatie kan creëren, of hoe onderhoudssoftware u kan ondersteunen om aan de ISO 55000-normen te voldoen? Neem dan gerust contact op met het MCS-team.